Museum Het Valkhof in Nijmegen heeft een 'stripverhaal' verworven over de watersnoodramp van 1855, die het Land van Maas en Waal en de Gelderse Vallei onder water zette.
Het antieke stripverhaal bestaat uit 25 schilderijtjes binnen één lijst en is vervaardigd door de Amsterdamse tekenleraar Johan Veltens (1814 - 1894).
Het aangekochte doek maakt deel uit van de expositie Watersnood, die volgende week vrijdag in het Nijmeegse museum open gaat. Op de tentoonstelling zijn meer werken van Veltens te zien, onder andere over een dijkdoorbraak bij de Grebbeberg(Zie foto) en de verwoesting van Beusichem door ijsschotsen.
donderdag 13 maart 2008
Stripverhaal uit 1855 over watersnoodramp
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
woensdag 20 februari 2008
'Joop den Uyl sympathiseerde met de nazi's'
Oud-premier Joop den Uyl, de lieveling van socialistisch Nederland, blijkt als scholier sympathieën voor het Duitse nationaal-socialisme te hebben gehad.
Dat wordt onthuld in het boek Dromer en doordouwer dat historicus Anet Bleich over Den Uyl (1919-1987) schreef. Bleich promoveert morgen aan de Universiteit van Amsterdam op de biografie.
Opstel
Bleich vertelt in een interview met Vrij Nederland dat de zestienjarige Den Uyl in een opstel schreef dat een ‘herboren, zelfbewust volk’ in ‘eensgezindheid om den Führer (was) geschaard'.
In 1939 studeerde Den Uyl enkele maanden in de Duitse stad Kiel. Hij keerde kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog terug van een ‘interessante en gelukkige tijd'. Toen waren echter wel al de Neurenbergse rassenwetten van kracht en had de Kristallnacht al plaatsgehad.
Den Uyl keurde de rassenleer en het antisemitisme van de nazi’s overigens wel af, iets wat sommige kamerleden aan de linkerkant van nu niet kunnen zeggen. Hij is ook nooit lid geweest van een fascistische of nationaal-socialistische organisatie. Dat de SDAP, de voorloper van de PvdA 'n zusterpartij was van de NSDAP vermeld Bleich niet. In de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet van de illegale pers, onder meer als medewerker van de clandestiene kranten De Nieuwe Vrijheid en Vrij Nederland.
Lockheed-affaire
Bleich betoogt in de biografie ook dat Den Uyl in de jaren zeventig, op het hoogtepunt van de Lockheed-affaire, bewust de tweede smeergeldaffaire (de Northrop-affaire) waarbij prins Bernhard betrokken was niet in de openbaarheid heeft gebracht.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
zondag 4 november 2007
AJAX 1920-1929: (Deel VII) De magere jaren
Ondanks de groei van de vereniging in de jaren twintig, speelden de prestaties van Ajax zich grotendeels in de middenmoot af. Sterspelers als De Natris en Guppfert vielen af door transfers en blessures en trainer Reynolds verhuisde in 1925 naar de toenmalige rivaal Blauw Wit.
Ajax deed in de jaren twintig niet alleen aan voetbal. Er werd ook meegedaan aan atletiek en er werd in 1922 een honkbalafdeling in het leven geroepen. Twee jaar later stond er een Ajax cricket-elftal op het veld en op 7 maart 1924 debuteerde er zelfs een Ajax Yazband (met de spelling namen ze het destijds nog niet zo nauw).
Een aantal keer werden de kansen op een landskampioenschap op het laatste moment verspeeld. Het decennium werd afgesloten in 1930 met een abslouut dieptepunt waarin Ajax verpletterd werd door Rapid Wien met 16-2! Wel kreeg Ajax een nieuw clubembleem en Reynolds kwam in 1928 terug als trainer.
Het is misschien soms niet te volgen, maar ik doe mijn best om de juiste historische lijn te volgen......mocht U meer informatie hebben over de geschiedenis van AJAX. laat het mij dan A.U.B. weten...elk verhaal is welkom op : DeBetondorper@gmail.com
Dus ook uit de US of Sud Africa enz
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
zondag 14 oktober 2007
'SS-arts Aribert Heim leeft nog wel'
De gezochte SS-kamparts Aribert Heim is waarschijnlijk niet vermoord,zegt het Simon Wiesenthalcentrum.
Geheime groep
Het Simon Wiesenthalcentrum, dat is gespecialiseerd in de opsporing van oorlogsmisdadigers uit het Duitse Derde Rijk (1933-1945), reageert daarmee op een melding dat de voortvluchtige Oostenrijkse arts Heim in 1982 werd vermoord door nakomelingen van zijn slachtoffers. Die zouden een geheime groep hebben gevormd die wraak nam op nazi-oorlogsmisdadigers, meldt de voormalige Israëlische officier Danny Baz in een boek dat komende week uitkomt.
Eiland
Baz zou zelf als lid van de commandogroep hebben meegedaan aan de opsporing en ontvoering van Heim in Canada. Vervolgens zou hij samen met anderen Heim hebben gedood op een eiland voor de kust van Californië.
Mauthausen
Aribert Heim is berucht geworden als de Dokter des Doods of de beul van het concentratiekamp Mauthausen. Hij voerde daar gruwelijke experimenten uit met gevangenen. Baz schrijft dat een overlevende van Heims proefnemingen na de oorlog rijk werd en de groep wrekers financierde.
Brief in 1986
Het Simon Wiesenthalcentrum gaat ervan uit dat Baz' verhaal helemaal niet klopt. Zo heeft Heim in 1986 nog een brief aan familie geschreven, volgens Efraim Zuroff van het centrum. Heim verdween pas spoorloos in 1962. Hij werd in maart 1945 opgepakt door de Amerikanen, maar werd na twee jaar gevangenschap plotseling vrijgelaten. Vervolgens leidde Heim een teruggetrokken leven als gynaecoloog in Baden Baden. In 1962 werd hij getipt dat de politie op het punt stond hem aan te houden, en hij verdween. Sindsdien doen allerlei geruchten over hem de ronde. Zo zou hij voor de Egyptische politie hebben gewerkt of werkzaam zijn geweest in een soort rusthuis voor ex-nazi's en SS'ers in Uruguay. Heim leeft volgens het Simon Wiesenthalcentrum waarschijnlijk nog steeds en zou zich hebben verstopt in Spanje of in Zuid-Amerika.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Buitenlands nieuws, Geschiedenis
dinsdag 9 oktober 2007
Moderne Romeinen
Historicus Jasper Oorthuys had van jongs af aan meer belangstelling voor krijgsgeschiedenis dan voor andere takken van het vakgebied, zoals economische of culturele geschiedenis. Maar krijgsgeschiedenis was aan de Nederlandse universiteiten niet echt populair. Oorthuys had echter het geluk in Nijmegen de hoogleraar De Blois te treffen, die wel grote interesse had in het onderwerp. Dankzij De Blois kon Oorthuys zich volledig in het strijdgewoel storten, en begin dit jaar is hij zelfs een internationaal tijdschrift gestart, uitsluitend gewijd aan soldaten, veldslagen en legers in de Oudheid: Ancient Warfare.
Een schot in de roos, zo lijkt het. Het aantal abonnementen stijgt gestaag. De abonnees komen vooral uit Engeland en de Verenigde Staten, waar krijgsgeschiedenis een volwaardig onderdeel is van het academische curriculum, en waar ook veel amateurs zich in dit onderwerp interesseren – mede dankzij de niet aflatende stroom films en televisieseries gewijd aan de Oudheid. Sommigen amateurs gaan heel ver. Ze dossen zich uit als Romeinen, Galliërs of Germanen en proberen het soldatenleven van weleer zo getrouw mogelijk na te bootsen. Deze ´re-enactors´, ook in ons land wel bekend, behoren tot Oorthuys´ trouwste lezers.
De oude geschiedenis is doordrongen van oorlog. Er werd altijd wel ergens gevochten, en dienst doen in het leger was een volkomen normaal en gerespecteerd onderdeel van het leven. Oorthuys: ´Ten tijde van keizer Augustus beschikte het Rijk over enige honderdduizenden soldaten. Dat waren allemaal vrijwilligers. Alleen in noodsituaties werd er wel eens een dienstplicht ingevoerd, dat wil zeggen dat er soldaten werden geronseld. Aanvankelijk zat men een jaar of zes in het leger voordat je mocht afzwaaien. Augustus zette dat later vast op zestien jaar. Een eenvoudige soldaat kon carrière maken tot centurio, de leider van een eenheid van zo´n tachtig man. Officier kon hij zelden worden. De hogere posten waren geserveerd voor de Romeinse elite, want de zonen van invloedrijke Romeinen maakten carrière door afwisselend bestuurlijke en militaire ambten te bekleden. Omdat de leden van de Senaat dus allemaal in het leger hadden gezeten, heeft het Romeinse leger nooit een centrale Generale Staf gekend: de Senaat kon zelf als een soort generale staf fungeren.´
Geen lichte taak
Twee Nederlandse re-enactors, Jurjen Draaisma en Marc Sanders, schuiven aan als ik Oorthuys interview. Ze komen regelmatig opdraven,bij historische manifestaties, musea of scholen. Steeds in volledig Romeinse uitrusting. Ons land kent een handjevol groepen van Romeinse re-enactors, alles bij elkaar enkele tientallen soldaten. Romeins soldaat-zijn is geen lichte taak. Sanders: ´Het harnas weegt zo´n tien kilo, daarbij komt de helm van (…) kilo, mijn zwaard, de verdere bepakking… alles bij elkaar sjouw je zo´n 35 kilo mee. Daar moet je dan in principe de hele dag mee lopen. Het heerlijkste moment is dan ook wanneer je aan het eind van de dag alles uit mag trekken. Romeinse soldaten liepen tijdens de training een hele dag, volledig bepakt, zo´n twintig Romeinse mijl, dat is dertig kilometer.´
Oorthuys: We lezen wel eens dat soldaten tijdens een bliksemcampagne veertig kilometer per dag liepen, en dat gedurende een hele week. Dat moet uiterst zwaar zijn geweest. Er zijn skeletten gevonden van soldaten waarbij je aan de botten vergroeiingen ziet, veroorzaakt door het jarenlang sjouwen met zware bepakking.
Gladiator
Draaisma begon zijn carrière als re-enactor carrière in Orientalis, het voormalige Bijbels Openluchtmuseum. ´Daar begon ik als Arabisch koopman, en werd ik uiteindelijk Romeins soldaat. Mijn volgende stap staat al vast: gladiator. Ik ben aan het trainen voor showfights (re-enactors vechten niet, daarvoor is hun uitrusting te kostbaar, mh) en ik werk nu aan een gladiatoroutfit. Zoiets moet je zelf maken. En ik lees veel. Voor mij staat het educatieve voorop. Ik wil de mensen kunnen vertellen hoe het leven toen was.´
De eerste re-enactors moesten alle uitrustingstukken zelf maken, en hun eigen leren schoenen naaien. Nu hoeft dat niet meer. Sanders: ´Twintig jaar geleden, toen ik begon, ging je naar een museum om de resten van een uitrusting te bekijken, en daarna was het reconstrueren en zelf alles maken. Maar het aantal re-enactors in de wereld stijgt momenteel zo sterk, dat er grote vraag is naar dat soort spullen en je kunt tegenwoordig van alles kant-en-klaar bestellen bij bedrijfjes in India. De kwaliteit was ooit bedroevend. En die spullen zijn veel goedkoper dan dat je het hier laat maken. Veel re-enactors kopen hun uitrusting gewoon, en dat betekent weer dat het veel gemakkelijker is om re-enactor te worden.´
'Romeintje spelen'
Romeintje spelen heeft behalve een grote educatieve beslist ook wetenschappelijke waarde. Sanders heeft ooit samen met een Duitse groep een oude Romeinse marsroute in Duitsland gelopen, met volle bepakking. Tegen de avond werd op Romeinse wijze kampement gemaakt, en op Romeinse wijze voedsel bereid. (Sanders: ´Het smaakt heel anders, maar is prima te eten!´) Op die manier ontdekken re-enactors de praktische problemen van het soldatenleven waar leunstoelgeleerden nooit op zouden komen.
Historicus Jona Lendering, die bijdragen levert aan Ancien Warfare en verbonden is aan Livius Onderwijs, noemt het tijdschrift en de bijbehorende site een schoolvoorbeeld van hoe wetenschap zou moeten worden gepopulariseerd’. Te vaak zie je dat academici, als ze hun werk moeten populariseren, door de knieën gaan en de zaak versimpelen, waardoor er een kenniskloof blijft bestaan. Het is beter mensen omhoog te trekken en ze aan te leren dat je meningen moet blijven toetsen. Op RomanArmyTalk gebeurt dat als vanzelf. De volgende stap is een eigen congres. Vorig jaar vond in Augsburg een ontmoeting van Duitse, Vlaamse en Nederlandse krijgshistorici plaats; in november wordt het in Nijmegen wat grootschaliger aangepakt en zijn ook Britten van de partij. Oorthuys: 'Al met al rekenen we op een man of dertig,'
´
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
zondag 7 oktober 2007
AJAX 1940-1945 (Deel VI) : De oorlogsjaren
Het vijfde decennium van Ajax begon met een zeer trieste periode. Honger en onderdrukking domineerden het leven in bezet Europa. Er werd wel doorgevoetbald, maar sport was volkomen bijzaak. Het bezoeken van voetbalwedstrijden werd in de oorlogsjaren vooral ervaren als afleiding.
Ten gevolge van de mobilisatie, het onderduiken en de tewerkstelling van mannen in Duitsland kwam het regelmatig voor dat het elftal werd opgevuld met passanten.
Middenvelders Jaap Hordijk en Ger Stroker werd in 1942 tewerkgesteld in Duitsland. Dit overkwam ook trainer Jack Reynolds. Als staatsburger van een vijandelijk land, werd Reynolds op 24 juni 1940 geïnterneerd in een krijgsgevangenkamp in Schoorl en later overgebracht naar een werkkamp in Gleiwitz, Duitsland, het tegenwoordige Gliwice in Polen. Tijdens zijn gevangenschap organiseerde hij "interlands" tussen Ierse, Schotse, Belgische en Franse gevangenen.
In 1941 verboden de Duitsers Joden om lid te zijn van een gemengde sportvereniging. Dit goldt ook voor Ajax. Alhoewel de club al voor de oorlog de naam van een Joodse club had, sloeg deze betiteling vooral op de bezoekers, die veelal afkomstig waren uit de (niet zelden Joodse) middenstand in Amsterdam.
Het aantal Joodse spelers was in werkelijkheid nooit veel groter dan bij andere Amsterdamse clubs. In vergelijking met de desastreuze uitwerkingen van de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter in ons land is de schade voor de club relatief beperkt gebleven: er waren onder Ajax-leden geen doden te betreuren.
Op een gegeven moment was het niet meer verantwoord door te spelen. In de hongerwinter van 1944 kwamen duizenden mensen om en werd het voetbal gestaakt.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
vrijdag 5 oktober 2007
AJAX 1934 - 1996 (Deel V) :De Meer
De waarde van een voetbalstadion wordt niet bepaald door de bouwkosten doch door het elftal dat er in speelt ". Met deze gedachte toog het bestuur aan het werk voor de plannen van de bouw van het tweede Ajax-stadion. Het zou de nieuwe thuisbasis worden van waaruit Ajax 62 jaar lang opereerde. 'De Meer', zoals dit Ajax-stadion al snel heette, werd de thuisbasis van legendarische voetballers als Piet van Reenen, Wim Anderiessen, Rinus Michels, Sjaak Swart, Henk Groot, Johan Cruijff, Piet Keizer, Marco van Basten en talloze anderen gebouwd aan de wereldreputatie van Ajax.
Wederom waren het de successen van de club en druk van buitenaf redenen om te verhuizen. Niet alleen hadden de successen in de eerste 'gouden eeuw' van Ajax de aantallen toeschouwers omhooggestuwd, maar ook de jaarlijkse reparatiekosten aan de overdekte houten tribune, drukten behoorlijk op de verenigingskas. Daarnaast wilde de Gemeente Amsterdam bouwen in de geannexeerde gemeente Watergraafsmeer.
Het bestuur liet het oog vallen op de plek waar de hoeve Voorland lag aan de Middenweg tegenover Betondorp. Niet ver van de oude lokatie. De architect voor het stadion werd in eigen gelederen gevonden. Ajax-lid en architect Daan Roodenburgh kreeg van voorzitter Koolhaas de opdracht om een 'knus Ajax-huis' te ontwerpen. Wel met de beperking dat het geheel niet meer dan 300.000 gulden mocht kosten. Er heersde tenslotte een internationale economische crisis en het nieuwe stadion moest geheel uit de eigen clubkas worden bekostigd. Zelfs de spelers betaalden mee.
Het nieuwe Ajax-stadion werd geopend op 9 december 1934 met een vriendschappelijke wedstrijd tegen het (thans niet meer bestaande) Stade Francais uit Parijs, Ajax wint met 5-1. De Amsterdamse wethouder Dr. I. H. J. Vos kon een vooruitziende blik niet ontzegd worden. In zijn openingspeech zei hij: Amsterdam heeft zich ( ... ) alle moeite gegeven om, in samenwerking met den voortreffelijken bouwmeester (Daan Roodenburgh, red.), van deze voetbal-arena een uitnemend geheel tot stand te brengen".
Het nieuwe stadion was dan ook indrukwekkend. Bij de bouw werd wel nog van lichtmasten afgezien, deze kwamen pas in 1971(Geweldig, licht was niet nodig in je slaapkamer in betondorp als Ajax-2 op dinsdagavond speelde), maar wel was er een overdekte sportzaal voor bij slecht weer. Een unicum destijds. De capaciteit werd in de loop der jaren uitgebreid van 22.000 naar 29.500 toeschouwers.
Net als het houten Ajax-stadion is er ook aan 'de Meer'nog heel wat gesleuteld. In 1965 werd de zittribune tegenover de eretribune overkapt en kreeg deze de naam Reynoldsttribune, ter ere van de legendarische trainer Jack Reynolds die vijfentwintig jaar in Ajax-dienst was. In 1968 werd het Ajax-restaurant gebouwd. Dit ging ten koste van het plantsoen dat voor de hoofdingang lag. In 1985 kregen ook de laatste onoverdekte plaatsen bij Ajax, de beide staantribunes, een overkapping. Een jaar later werden de eerste skyboxen in Nederland geplaatst ten behoeve van de sponsors en meer draagkrachtige bezoekers. Tenslotte kreeg in 1988 de perstribune een facelift en werd de hoofdtribune in 1989 omgedoopt in de Jaap van Praagtribune ter herinnering aan de een jaar eerder overleden erevoorzitter.
Eind jaren tachtig was Ajax de "huiskamer voor de club" ontgroeid. Het werd publieksonvriendelijk. Het toenemende vandalisme tijdens voetbalwedstrijden in Nederland dwong de club ertoe om vele veiligheidsmaatregelen te nemen die het er niet gezelliger op maakten. De UEFA schreef daarnaast voor dat stadions na 2000 geen staanplaatsen meer mochten hebben. Al met al zou de Meer te klein geworden zijn voor de grote schare supporters.
Het deed velen pijn om afscheid te nemen van de plek waar zoveel legendarische voetballers hebben gespeeld en historische wedstrijden werden gestreden. Die pijn is nog steeds niet over
Gepost door Rinus H 1 reacties
Labels: Geschiedenis
woensdag 3 oktober 2007
AJAX 1907-1934 (Deel 4):Het Houten Stadion
De totstandkoming van het eerste echte voetbalstadion voor Ajax was eigenlijk noodgedwongen. Plannen voor woningbouw op het veldje in Noord verplichtte Ajax in de zomer van 1907 uit te kijken naar een nieuwe lokatie.
Er werden twee velden gevonden aan de Middenweg ter hoogte van het huidige Christiaan Huygensplein in de Gemeente Watergraafsmeer. Wederom midden in de polder. Er zijn geen tribunes, geen kleedgelegenheid en geen waterleiding, maar het lag wel dichter bij de stad en er was ruimte voor bijvelden. Als verkleedruimte werd het café Brokelmann aan de overkant van de weg gebruikt. Kortom, een ideale locatie.
Op deze locatie werden voor het eerst in de Ajax-geschiedenis echte tribunes gebouwd. Bij de promotie naar de eerste divisie in 1911 verrees er aan de lange zijde van het veld een overdekte en aan de korte zijde een staantribune.
Het 'Houten stadion', zoals deze in de volksmond werd genoemd, werd een plek waar je gezien wilde worden. Voor de hoofdtribune lag een brede promenade waar optochten en andere festiviteiten werden gehouden.
Het uiterlijk van het stadion werd in 1916 nog eens ingrijpend veranderd. De voorzitter van Ajax, zakenman Wim Eggerman, liet langs de andere zijden nog twee tribunes bouwen.
Toch bleek het houten stadion op de lange duur te klein. In de 'Gouden Eeuw' van Ajax, begin jaren dertig, werden vier landstitels op rij gewonnen en het aantal toeschouwers nam per wedstrijd toe.
In de laatste competitiewedstrijd in het stadion tegen Feyenoord op 11 november 1934 konden zelfs geen corners meer worden genomen. De 15.000 toeschouwers stonden elkaar langs te lijn te verdringen.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
dinsdag 2 oktober 2007
AJAX 1907-1910 (Deel3) :Het eerste succes
In 1902 werd Ajax toegelaten tot de landelijke Nederlandse Voetbal Bond (NVB) en promoveerde direct van de derde naar de tweede klasse.
Plannen voor woningbouw op het veldje in Noord dwong de club in de zomer van 1907 uit te kijken naar een nieuwe lokatie. Er werd ruimte gevonden aan de Middenweg in de Gemeente Watergraafsmeer. Er waren geen tribunes, geen kleedgelegenheid en geen waterleiding, maar er was een goede verbinding met de tram naar de stad en er was meer ruimte voor bijvelden. Als verkleedruimte werd het café aan de overkant van de weg gebruikt.
De nieuwe lokatie zette aan tot goede prestaties. In het seizoen 1907-1908 won Ajax het Gouden Kruis, waar al sinds 1902 in toernooi-verband om werd gestreden. Maar de ambities van de club lagen hoger dan het kampioenschap van de tweede klasse. In die periode kwam ook het eerste echte voetbalstadion van Ajax van de grond: het Houten Stadion. Er zouden nog vele prijzen volgen.
Het Gouden Kruis. Deze trofee wordt nog steeds uitgereikt in het Amsterdamse amateurvoetbal. Het bestond uit niet meer dan een verguld stukje metaal, maar het meespelen betekende voor Ajax een zekere erkenning. Alleen de acht beste clubs van de regio worden geselecteerd.
Je kon aan het begin van de vorige eeuw echter niet promoveren zonder eerst deel te nemen aan promotie-degradatiewedstrijden. Deze regel trof ook Holland, een club uit de derde klasse die al drie jaar achtereen het kampioenschap in hun divisie had behaald, maar steeds niet tot de tweede klasse wist door te dringen.
In juli 1908 fuseerden Holland en Ajax. De naam bleef Ajax, tenue en terrein bleven onveranderd. Mede met de steun van de nieuwe spelers, zoals de gebroeders Pelser en Ton Kooy, werd de basis gelegd voor de promotie van Ajax naar het hoogste niveau.
Gepost door Rinus H 2 reacties
Labels: Geschiedenis
maandag 1 oktober 2007
AJAX 1900-1907 (Deel 2):De oprichting
Na een enthousiaste start speelde Ajax aan het eind van 1800 een vrij anonieme rol. In navolging van de vele kleine clubs die rond 1900 als paddestoelen uit de grond schoten, besloot het driemanschap van het eerste uur, Stempel, Dade en Reeser, een brief te laten rondgaan waarin zij geïnteresseerden opriepen om na te denken over de oprichting van "een geheel nieuwe voetbal vereeniging". Hiermee wilden zij definitief afrekenen met het oude succesloze Ajax.
Tijdens de historische vergadering op 18 maart 1900 in Cafe Oost-Indie in de Kalverstraat 2 in Amsterdam werd een nieuwe voetbalclub opgericht met de nu goed gespelde naam "Football Club Ajax". De club sloot zich vervolgens aan bij de Amsterdamsche Voetbal Bond (AVB) en huurde voor de thuiswedstrijden een veldje in Amsterdam Noord.
De eerste jaren van officieel voetbal verliepen voor de kersverse club niet onaardig. Ajax bereikte tweemaal de tweede plaats van het kampioenschap van de A.V.B.. Het eerste prijsje voor de club bestond uit een medaille voor het beste doelgemiddelde in de competitie.
De goede resultaten werden beloond met het eerste reisje van de club. Op 8 april 1901 won Ajax in Haarlem een vriendschappelijke wedstrijd met 4-1 van Oranje.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
zondag 30 september 2007
AJAX 1893-1900 (Deel 1)
Een handjevol vrienden richtte in 1893 een voetbalclub op. Ze noemden de club "Union", maar doopten hem nog datzelfde jaar om naar "Footh-Ball Club Ajax" (inclusief de spelfout), naar de Griekse held(en) met die naam
In de zogenaamde oer-geschiedenis van Ajax, nog voor de officiele oprichting in 1900, speelde de club op een veld aan het eind van de Overtoom in de Gemeente Nieuwer Amstel. Een gebied dat destijds buiten de stadsgrenzen van Amsterdam lag en in 1881 was aangewezen als verlengstuk van het Vondelpark. Voor vijftien gulden mocht er een half jaar op een weiland worden gespeeld. De precieze veldafmetingen waren nog niet bekend en lagen elke wedstrijd weer anders. Het gebeurde wel eens dat hoekschoppen vanaf de stoep werden genomen.
Er is verder weinig bekend van de resultaten van deze sympathieke vriendenclub. De competitie bleef beperkt tot wedstrijden met stadsgenoten. Wel weten we dat de kleuren rood - wit al vroeg na de oprichting in het shirt werden gebruikt en "fair play" hoog in het vaandel stond.
Er bestond een reglement waarin de Ajacieden 'eerlijk spel' en 'discipline' werd voorgeschreven; voor te laat komen of vloeken op het veld werd je bestraft met een dubbeltje. In 1896 zet de Gemeente Amsterdam dan toch haar bouwplannen door. Het voetbalveld wordt binnen de Gemeentegrenzen betrokken en de spelers zochten elders hun heil. Ajax was op sterven na dood.
Gepost door Rinus H 2 reacties
Labels: Geschiedenis
maandag 24 september 2007
Antwerps diamanthuis koopt sleuteltje dat Titanic had kunnen redden voor 130.000 euro
Een sleuteltje dat mogelijk de Titanic van de ondergang had kunnen redden, is zaterdag voor 130.000 geveild in Groot-Brittannië. Met de sleutel was een verrekijkerkast op het gloednieuwe schip afgesloten.
Het ontbrak echter toen de Titanic op 10 april 1912 zijn eerste reis, van Southampton naar New York, aanvatte. Daardoor moest er met het blote oog naar ijsbergen gespeurd worden.
De koper van het sleuteltje waarmee mogelijk de ramp met de Titanic vermeden had kunnen worden, is het Belgische diamantlabel Tesiro, zo meldt het Duitse persagentschap DPA vanuit Londen.
Tesiro maakt deel uit van de Antwerpse Eurostar Diamond Traders. Volgens de veilingmeester is dat een van de grootste diamanthandelshuizen ter wereld.
Het bedrijf zou de 130.000 euro voor het sleuteltje niet hebben neergeteld als belegging, maar zou plannen hebben om er een marketingcampagne mee te voeren. Mogelijk ligt het verband in de vele diamanten die de dames op de Titanic droegen.
Op 14 juli kwam het ontbreken van de sleutel het schip en zijn opvarenden duur te staan. Even voor middernacht werd vlak voor de Titanic een ijsberg ontdekt. Het schip botste er op volle snelheid tegenaan en zonk op korte tijd. Zowat 1.500 mensen kwamen daarbij om.
De sleutel en sleutelhanger met opschrift "Crows Nest Telephone Titanic" zat vermoedelijk nog in het jasje van een officier die kort voor de afvaart naar een ander schip overgeplaatst werd. Een anonieme bieder kocht het kleinood voor 130.000 euro. Tijdens de veiling in de stad Devizes werden nog andere items die aan de ondergang van de Titanic herinneren aangeboden. Zo veranderde een uitnodiging voor de tewaterlating van het schip in Belfast voor 41.000 euro van eigenaar. Een postkaart van een passagier ging voor 24.400 euro onder de hamer.
Bron: Gazet van Antwerpen
Gepost door Rinus H 2 reacties
Labels: Geschiedenis
woensdag 19 september 2007
Het Betondorp nu (Deel IV)
Vanzelfsprekend hebben de plannen met betrekking tot de aanleg van de Ringweg de Betondorpers in onze dagen niet onberoerd gelaten. Het verdwijuen van de volkstuinen "Rust en Vreugd" deed velen van hen verdriet. Hoewel hen een nieuwe plaats in de "Wijkergouw" werd aangeboden, heeft 45% van de leden de stap naar de overkant van het IJ niet kunnen maken, veelal wegens hun leeftijd. Er zijn nog meer problemen waarmee de bewoners van het "bejaardenhuis", zoals het Betondorp wel wordt genoemd, tobben. Een buurt met een overwegend bejaarde bevolking heeft veel belang bij voldoende medische voorzieningen en goede verbindingen met het openbaar vervoer. En de Betondorpers ervaren herhaaldelijk dat hun buurt juist op deze twee gebieden slecht bedeeld is. Er is slechts één dokter (dr. Bouman) en het gehele dorp is aangewe
zen op het openbaar vervoer via lijn 9, bus 137,175
De Brink in het Betondorp, 1937. Tekening van Louis Schrikkel.
Er is een hulpapotheek op de Brink maar die is alleen op bepaalde uren geopend. Over een echte apotheek was men toen in onderhandeling met de wethouder van Openbare Gezondheid of iets in die geest, en is er nog steeds niet.
Een ander ongerief is het feit dat de hulppost voor bejaarden nu eens hier, den weer daar gevestigd was. Sinds een tijdje is echter het Brinkhuis tot bejaardenwijkpost verheven.
In 1977 werd het gebouw van de Openbare Leeszaal aan de Brink wegens bouwvalligheid gesloten. Dit betekende een groot verlies voor de buurtbewoners. Deze leemte werd gedeeltelijk opgevangen door de bibliotheekbus, die samen met de bejaardenbus op bepaalde tijden is gestationeerd op de Brink. Er was enige hoop dat in de leegkomende Tyltylschool aan de Zaaiersweg enige ruimte voor een leeszaal gecreëerd zou kunnen worden, maar in 1977 berichtte de wethouder van Onderwijs dat de Tyltylschool een andere onderwijsbestemming zou krijgen.
Volgens het lid van de Werkgroep Betondorp, de heer Frans van Beveren, heeft Watergraafsmeer, gezien het aantal inwoners, recht op drie buurthuizen. Er is er mear één, "De Vergulden Eenhoorn" aan de Ringdijk.
In het Betondorp is op dit gebied voor hen die geen lid zijn van een kerk of vereniging niets.
De Stichting Wijkvoorziening voor Bejaarden afdeling Watergraafsmeer zei bij monde van Liesbeth van Aersen "Het Betondorp telt 36% bejaarden, voor de rest van Amsterdam is dit 17%. De gemeente vindt zelf dat het Betondorp bejaard moet blijven, maar er wordt niet voor de nodige voorzieningen gezorgd. " Dat is nu wel anders, sommige ouderen trekken weg(bejaardenhuis of verzorgings flat) en jongere vinden het maar niks, omdat er maar 1 café is en een koffiehuis en buitenlanders komen er voor terug.
Ook de heer J. de la Court, directeur van de Openbare Leeszaal en Bibliotheken, is niet gelukkig met de situatie in het Betondorp. De Openbare Leeszaal in het Betondorp, die in 1972 op de monumentenlijst werd geplaatst, is nu in een ruïne veranderd.
Volgens de heer A. Vos van Volkshuisvesting wordt het gebouw niet gesloopt. Er moest eerst "een globaal inzicht in de bouwtechnische staat" verkregen worden. Hopelijk komt dat inzicht snel en kunnen de bewoners weer in hun echte bibliotheek terecht.
Gepost door Rinus H 2 reacties
Labels: Geschiedenis
dinsdag 18 september 2007
Burgemeester Wagenaar (Betondorp, Deel III)
Het zal weinigen bekend zijn dat Tuindorp Watergraafsmeer eens een eigen "burgemeester" heeft gehad. Dat was dokter J. H. Wagenaar, die op 9 augustus 1944 van de toenmalige burgemeester Voute een gedrukte aanstelling ontving, die aldus luidde "De burgemeester van Amsterdam maakt bekend, dat hij voor Tuindorp-Watergreafsmeer gedurende den tijd, dat deze wijk van het overige gedeelte der gemeente is afgesloten, als zijn vertegenwoordiger heeft aangewezen den Heer J. H. Wagenaar, Middenweg 162 en als plaatsvervangend vertegenwoordiger den Heer J. F. Becker, Middenweg 160".
We hebben over de bange periode van de Tweede Wereldoorlog met de heer Wagenaar, thans medisch adviseur der Verenigde Amsterdamse Ziekenfondsen in Amsterdam, gesproken en hij heeft ons met veel verve over zijn "burgemeesterschap" ingelicht.
Tegen de Pinksterdagen van 1944, toen de invasie een feit beloofde te worden, staken enkele Betondorpers de hoofden bij elkaar om te beraadslagen over de situatie die zou ontstaan als de Duitsers Amsterdam zouden proberen te verdedigen. Het gevaar was niet denkbeeldig dat Tuindorp Watergrzafsmeer, gelegen aan de ingang van Amsterdam en tussen twee hoofdtoegangswegen, daardoor zou worden geisoleerd. Er moesten maatregelen getroffen worden om de bevolking (circa 10.000 mensen) indien nodig zo goed mogelijk te beschermen. Hierbij werd vooral gedacht aan medische verzorging en voedselvoorziening. Er was wel een afdeling der vrijwillige luchtbescherming, maar deze dienst zou ingeval van isolement of oorlogshandelingen niet in staat zijn veel werk op de schouders te nemen. Zo ontstond rondom de Pinksterdagen het Noodcomite Tuindorp Watergraafsmeer, met dokter J. H. Wagenaar als voorzitter en J. F. Becker als secretaris. Als leden traden toe mevr. G.J. Binnendijk-Schouten en de heren pater-rector A. J. Vriens, A. A. de Leng, J. Westerbeek, J. F. Ackerman, J. Grootenboer, H. Ottersberg, A. Roetman, C. Vink, N. Bakker, L. Blankers en W. J. Tobias. Zij zochten een aantal deskundigen op een bepaald gebied bijeen; elk der vijf deskundigen verzamelde een groep van tien vaklieden om zich heen, die op hun beurt weer ieder tien medewerkers zochten. Zo was in zeer korte tijd een groep van 500 mensen bijeen, die zich spontaan ter beschikking stelden van hun mede-Tuindorpers, om hen in geval van nood bij te staan. Er werden vijf diensten ingesteld op het gebied van de medische verzorging (noodziekenhuis), de voedselvoorziening, de technische dienst (incl. dijkbeschermingsdienst en stut- en sloopdienst), de veterinaire dienst en de bewakingsdienst.
Omdat deze groepen over de nodige materialen en gereedschappen moesten kunnen beschikken, waren tal van besprekingen met de GGD en andere gemeentelijke instellingen nodig. Van alle zijden werd gelukkig spontaan hulp en materiaal toegezegd. Voor het noodziekenhuis, in te richten in de Openluchtschool aan het Zuivelplein, stelde de GGD de nodige instrumenten beschikbaar, zodat er zelfs kleine operaties zouden kunnen worden uitgevoerd. Er kwamen dekens, bedden, kribben en strozakken, terwijl enkele in het dorp wonende gediplomeerde verpleegsters en verplegers, bijgestaan door gediplomeerde leden der Nederlandse Vereniging E.H.B.O., daar hun spontaan aangeboden hulp konden verlenen. Veiligheidshalve werd de inventaris van dit Noodziekenhuis op bepaalde adressen ondergebracht, met dien verstande, dat binnen enkele uren alles en ieder kon worden gemobiliseerd.
Zeer nijpend werd het voedselprobleem. Er werden planner ontworpen om zolang mogelijk te kunnen doen met het in het dorp aanwezige voedsel. De in de omgeving wonende veehouders beloofden bij te springen met melk indien dit nodig was. In verband met het eventueel uitvallen van de drinkwatervoorziening werden de aanwezige wellen gemeten en een dezer wellen werd van een pompinstallatie voorzien om in actie te kunnen komen, wanneer de nood aan de man kwam. De voedselvoorzieningsdienst ontwierp een distributieschema en het mocht deze groep gelukken om lange tijd een behoorlijke hoeveelheid reservevoedsel (meel) in het dorp te houden en een hoeveelheid brandstof voor de ovens beschikbaar te hebben. In samenwerking met de vrijwillige luchtbescherming werd besloten om zo nodig warm voedsel te halen bij de Centrale Keukens.
Omdat Watergraafsmeer ongeveer vijfeneenhalve meter beneden A.P. ligt werd speciaal aandacht besteed aan de bescherming van de dijken.
Het polderbestuur had reeds de nodige maatregelen genomen, mear was blij met de aanvullende vrijwillige hulp. Toen de bezetters het nodig oordeelden de waterstand van de Ringvaart hoog op te voeren, waardoor gevaar van overstroming aanwezig was, kwam de dijkbeschermingsdienst in actie. De leider van deze dienst kreeg op 17 april 1945 een boodschap van de opzichter van de polder, dat het water al op enkele plaatsen over de dijk liep. Door een groep van vijfenveertig vrijwilligers werd toen twee dagen gewerkt om het gevaar te keren. Zij deden dit met schoppen en kruiwagens, door de directeur der Nieuwe Oosterbegraafplaats beschikbaar gesteld.
Om indien nodig het politietoezicht.te kunnen overnemen, werd ook een bewakingsdienst ingesteld. De leden hielden een wakend oog op winkels waar op bepaalde tijden levensmiddelen voorradig waren en zij voorkwamen inderdaad enkele inbraken. Bovendien hielden zij de wacht bij de instrumenten en voorraden van het Noodziekenhuis.
Omdat het niet denkbeeldig was , dat men zich tijdens de uitzonderingstoestand niet op straat zou mogen begeven, werd besloten, dat de vrijwilligers van de luchtbeschermingsdienst huis aan huis zouden gaan informeren of er medische hulp nodig was. Deze maatregel inspireerde het Hoofd Luchtbeschermingsdienst van Amsterdam in alle randgemeenten een dergelijke organisatie op te richten. Het initiatief van het Noodcomite Tuindorp Watergraafsmeer verscheen in druk en werd aan alle hiervoor in aanmerking komende autoriteiten toogezonden.
Toen benoemde het gemeentebestnur dr. Wagenaar tot plaatsvervangend burgemeester en de heer J. F. Becker tot zijn plaatsvervangend vertegenwoordiger.
Hij kreeg op 9 augustus 1944 de volgende bevoegdheden:
1. Het behartigen van de belangen der bevolking bij de commanderende officier van het bezettend troependeel.
2. Het geven van leiding bij alle werkzaamheden, die in het belang van de bevolking nodig zijn voor wat de hulpverlening aan gewonden betreft.
3. Het doen verzamelen en het houden van aantekening van gegevens, betreffende de geboorten en overlijdens, nodig voor het opmaken van de burgerlijke stand.
4. Het regelen van het begraven, het zelfstandig hulpverlenen bij luchtaanvallen, waarbij niet op hulp van de luchtbescherming kon worden gerekend, een en ander met inachtneming van de bij deze beschikking behorende instructie.
Het gevolg van deze (tijdelijke) aanstelling was, dat de "burgemeester" heel wat voor het Tuindorp Watergraafsmeer heeft kunnen doen. Door het uitblijven van de bevrijding werd het probleem van honger en koude dringender. Ten behoeve van het Noodziekenhuis was het indertijd gelukt 100.000 turven te kopen, maar omdat overal bij zieken en ouden van dagen het brandstofprobleem nijpend werd, besloot men een gedeelte van deze voorraad onder hen te verdelen. Later werden ook andere minderbedeelden van turven voorzien en per week gingen er zo'n 15.000 de deur uit. De vrijwilligers die voor de distributie zorgden werden steeds met open armen ontvangen.
De bouw van de Brinkstraat in 1925
(Klik op de foto voor een grotere versie)
Erger was het voedselprobleem. Eind 1944 verstrekte de gemeente Diemen aan de schooljeugd dagelijks een warme maaltijd en men besloot dit in het Tuindorp ook te doen. Er waren echter geen grondstoffen en er was geen behoorlijke gaarkeuken. Maar toch kregen 1200 kinderen met de Kerstdagen 1944 een warme maaltijd, bereid door de centrale keukens Oost. Men besloot om dit op Nieuwjaarsdag te herhalen en er daarna een goede gewoonte van te maken. Maar hoe kwam men aan de ingrediënten? Met levensgevaar werd een schip met kinderen, die er het ergste aan toe waren, naar Friesland gezonden. Dankzij relaties van de waarnemend burgemeester werden deze kinderen opgevangen in Sneek, Joure en Dokkum. Het schip kwam na vele omzwervingen volgeladen aan de kade in de Keulsevaart terug. Eveneens met levensgevaar werden per vrachtauto (met hout gestookt) kachels, aardappelen en vlees uit Friesland gehaald. Dit waren altijd nachtelijke tochten.
Twee Volendammer botters voeren naar Friesland en losten hun vracht in Muiden, waarvandaan de lading met paard en wagen naar Amsterdam werd vervoerd. Toen de kindervoeding, die door de gemeente ter hand was genomen, in maart 1945 dreigde te stoppen, konden de jeugdige Tuindorpers, evenals de jongeren van de Eilanden, toch goed gevoed geworden, dank zij de voorraden die uit Friesland waren aangevoerd. Ouden van dagen werden ook in deze verzorging opgenomen. Het was een twaalfuursbedrijf geworden.
Deze kindermaaltijden, die aanvankelijk eenmaal per week werden verstrekt (600 liter voor 1200 kinderen), groeiden uit tot dagelijkse maaltijden. Ze werden gehouden in een der zalen van de Openluchtschool en er waren tien dames dagelijks druk mee.
Aan hen die op medisch advies levensmiddelen nodig hadden werden bonnen verstrekt, waarop het een en ander tegen betaling van de kostprijs kon worden gehaald. Soms was een extra verdeling (van kunsthoning, kaas, melk en boter) aan babies en kleine kinderen mogelijk, terwijl enkele malen per straat vlees werd gedistribueerd. Op het meest kritieke tijdstip werd een hoeveelheid van zevenentwintig ton aardappelen uitgegeven. Ook in de kledingnood werd voorzien door een textielinzameling te houdem Er werd gul gegeven en met blijdschap werd dit onder de allerarmsten verdeeld.
De Middenweg langs het Betondorp, 1927. Op de voorgrond ingang Kouterstraat
Het Noodcomite hield zich echter ook bezig met het uiterlijk van het Tuindorp. Aangezien de Stadsreiniging verstek moest laten gaan, dreigde een wantoestand op hygiënisch gebied. Er werd een huisvuilophaaldienst georganiseerd onder de naam "Betondorpse Ophaaldienst", die op regelmatige tijden het vuil op een daartoe aangewezen stuk grond deponeerde. Door het stoppen van het gemeentelijk pompgemaal moest ook aan de riolering de nodige aandacht geschonken worden. Om ook iets te doen aan de geestelijke nood werden culturele middagen op touw gezet, waarbij soms een vleugel nodig was. Toen die er eenmaal was werd hij direct weer weggehaald, omdat het gerucht ging, dat de Watergraafsmeer geinundeerd zou worden. . .
In samenwerking met Oud-Watergraafsmeer en de Nederlandse Vereniging E.H.B.O. werden uitgeputte vluchtelingen bij de Hartsvelderbrug opgevangen en in het Ajaxstadion ondergebracht en verzorgd, waarna ze hun tocht konden voortzetten.
Een zeer belangrijk onderdeel van het noodcomitewerk was de uitzending van kinderen naar Friesland. Op 6 februari 1945 vertrok het eerste transport van vijfenvijftig kinderen per paard-en-wagen via Edam near Dokkum. Latere groepen werden in Sneek en Joure ondergebracht. In Sneek was het Old-Burgerweeshuis beschikbaar en voor f 10.per week kon een kind daar verzorgd worden.
Dit heeft van velen grote financiele offers gevergd, maar met collecten en renteloze voorschotten is men er toch gekomen.
Het Noodcomite kon in de winter 1944-1945, 66.135 liter voedsel distribueren (132.000 porties). Verder werden er o.a. 55.079 kg. aardappelen, 1000 kg. vlees, 2805 broden en 90.830 stuks turf uitgereikt. Toen de bevrijding een feit was, bleef de voedselvoorziening nog enkele weken precair, doch allengs werden de verstrekkingen van warm voedsel overbodig.
"Burgemeester" J. H. Wagenaar ontving op 19 januari 1946 van de waarnemend burgemeester van Amsterdam, de heer F. de Boer, het volgende schrijven "Onder betuiging van mijn dank voor de wijze waarop u de belangen van Tuindorp Watergraafsmeer voor het geval van isolering hebt willen behartigen, verleen ik u hierbij eervol ontslag als vertegenwoordiger van de burgemeester voor genoemd gedeelte."
De laatste daad van het Noodcomite was het aanbieden van een legpenning aan de gemeentebesturen der gemeenten Dokkum en Joure en aan het College van Regenten van het Old-Burgerweeshuis te Sneek als bewijs van dank voor de kinderverzorging.
Vanzelfsprekend was er na de bevrijding een groot feest in Tuindorp Watergraafsmeer. Een hoogtepunt vormde de feestavond op 19 oktober 1945, waar Wim Sonnevelds cabaret optrad met medewerking van Conny Stuart, Sophie Stein, Hella Haasse, Truus Doyer, Kees Brusse, Albert Mol, Wim de Vries en Wim de Soet. Nu zou het ondenkbaar zijn om een dergelijk gezelschap met inmiddels beroemd geworden medewerkers bij elkaar te krijgen!
U kunt zich nu voorstellen, dat dokter Wagenaar op de receptie ter gelegenheid van zijn twaalfeneenhalfjarig ambtsjubileum (15 juni 1951) onder de aanwezigen vele "Betondorpers" ontwaarde. Ze waren hem door zijn kordate optreden tijdens de "hongerwinter" niet vergeten.
Maar hij schoof het eerbetoon grotendeels af op zijn medewerkers uit die dagen, die ondanks alles toch zoveel moois openbaarden onderlinge steun en saamhorigheidsbesef. Dat daarbij ook vooral aan de joodse bevolking werd gedacht, die zoveel mogelijk werd geholpen aan onderduikadressen, moge blijken uit het feit, dat de Veeteeltstraat nog lange tijd de "Jodenbreestraat" werd genoemd.
Gepost door Rinus H 2 reacties
Labels: Geschiedenis
maandag 17 september 2007
Geschiedenis van het Betondorp (Deel I)
(Uit: 350 Jaar Watergraafsmeer door J.H. KruizingaUitgave Buijten & Schipperheijn/Repro-HollandAmsterdam/Alphen aan den Rijn, 1979)
Hoewel Nederland in de Eerste Wereldoorlog "neutraal" is geweest, waren de gevolgen van deze vierjarige oorlog voor ons land duidelijk merkbaar. Weliswaar werden ons materiele verwoestingen bespaard, maar de woningnood, bijvoorbeeld, was enorm.
In de jaren 1919 - 1921 bedroeg de landelijke investering op het gebied van de woningbouw 461 miljoen gulden. Daarin had Amsterdam een groot aandeel (26,5 miljoen).
Begin 1921 bedroeg het woning tekort ruim 20.000 op een totaal van 150.704. Na 1921 werden er, mede door de invoering van een premieregeling voor de bouw van woningen, door particulieren op ruime schaal woningen gebouwd.
Watergraafsmeer (1696)
Werden de grote uitbreidingen van Amsterdam na de Tweede Wereldoorlog tuinsteden genoemd (Buitenveldert, Geuzenveld, Osdorp, Overtoomseveld, Slotermeer, Slotervaart), na het einde van de eerste volkerenkrijg bouwde men tuindorpen. We denken hierbij aan Tuindorp Oostzaan (1920-1924), Tuindorp Watergraafsmeer (1923 -1925) en Tuindorp Nieuwendam (1925-1927). Zij verrezen ver van de toen bewoonde wijkcentra en om er te komen moest men, near een gezegde uit die tijd, "brood meenemen".
Reeds omstreeks 1900 waren er al plannen om de verschillende randgemeenten van Amsterdam (Buiksloot, Durgerdam, Holysloot, Nieuwendam, Ransdorp, Schellingwoude, Sloten, Watergraafsmeer, Zunderdorp) te annexeren.
Onder de dreiging van die annexatie werd in 1907 het uitbreidingsplan Watergraafsmeer vastgesteld. Volgens dit plan, ontworpen door de architecten P.Vorkink en Jac. Ph. Wormser, zou de Meer 225.000 inwoners gaan bevatten.
Het is vermakelijk om te zien hoe dit plan eruit zag. Hoewel er al een Raadhuis was (het Rechthuis) zou er aan de tegenwoordige Wethouder Frankeweg of het Galileiplantsoen een nieuw raadhuis gebouwd worden. Er zouden vier kerken nodig zijn, een Post- en Telegraafstation zou komen op de plaats van de Jaap Edenhal, een concertgebouw was gepland bij Klein Dantzig, een Schouwburg aan de Hogeweg, een museum bij het Ajaxstadion.
Watergraafsmeer (1869)
Verder was gedacht aan verenigingsgebouwen, een bibliotheek, ambachtsscholen, politie- en brandweerposten, winkelgalerijen (bij het Stadhuis), scholen, gestichten, badinrichtingen, enkele hotels, cafe's en speeltuinen.
Er was ook al rekening gehouden met het eventueel vol raken van de in 1894 geopende Nieuwe Oosterbegraafplaats, want aan de zuid-oostkant, bij de Oosterringdijk, was een tweede begraafplaats gepland. Alle straten zouden boogvormig worden aangelegd en er was toen al sprake van ringwegen.
Watergraafsmeer omstreeks (1920)
Het was een zeer ambitieus plan, dat beantwoordde aan de toen hier te lande bestaande stedebouwkundige inzichten. Het projecteerde een gelijksoortige ontwikkeling als Berlages uitbreidingsplan voor Amsterdam-zuid. De toenmalige directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, ing. A. Keppler, voelde er veel voor. Ondanks dat is er van dit uitbreidingsplan bijna niets terecht gekomen, door de annexatie van Watergraafsmeer op 1 januari 1921. Slechts een klein onderdeel werd gerealiseerd: Tuindorp Watergraafsmeer. In 1929 werd een nieuw uitbreidingsplan ontworpen, dat wel is uitgevoerd.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
Het Betondorp (Deel II)
Er stonden reeds enkele woningen in dit meest oostelijke deel van Amsterdam. Ze lagen langs de Middenweg (nrs. 158-160-162-164-166) en omdat ze gebouwd waren door de Rotterdamse firma Walenburg, kregen ze die naam. Later heeft men ten onrechte gedacht dat er gevluchte Walen zouden hebben gewoond. De Gooise Stoomtram, die toen nog volop floreerde, had er een vaste halte.
De bouw van Onderlangs, ingang Sikkelstraat, 1924.Pijl: hoek Ploegstraat
(Klik op de foto voor een grotere versie)
Daartoe aangezet door de hoge prijzen van bouwmaterialen, de sterk gestegen bouwvakarbeiderslonen en het gebrek aan vakbekwame arbeiders zon men op middelen om goedkoper, sneller en economischer te bouwen, door toepassing van nieuwe methoden. Men besloot in zuid-Watergraafsmeer met een nieuwe methode te beginnen. Men zou betonwoningen bouwen, volgens een systeem dat in Engeland reeds was toegepast. Zo ontstond later de naam "Betondorp" Dit dorp had echter niet de primeur van deze wijze van bouwen. In Tuindorp Oostzaan was reeds (volgens de systemen Winget, Slakkenbeton en Schutz en Bangert) een proef met dergelijke woningen genomen. De uitslag daarvan werkte stimulerend op de bouw van het Betondorp. Uit tientallen bouwsystemen koos men er negen voor het Betondorp uit (systeem Bron, Hunkemöller, Bins Beton Bouw, Greve, Olberts, SchellbauKassel, Isotherime, Winget, Dorlonco). Het dorp zou 900 woningen (400 eengezins- en 500 tweegezinswoningen) bevatten. Ze werden gebouwd onder toezicht van de ingenieur van de Gemeentelijke Woningdienst, A. F. Bakhoven jr. De twee belangrijkste architecten, die als 't ware het aspect van het Betondorp bepaalden, waren ing. J. B. van Loghem en Dick Greiner. De eerste betonwoningen waren eind 1923 gereed. De eerste eengezinswoningen konden begin 1924 betrokken worden.
Naast deze betonwoningen werden echter ook ruim duizend bakstenen woningen gebouwd. De rode baksteen steekt vrolijk af tegen grijze kubusbouw, die overigens in de loop der jaren door veel groen van klimop verlevendigd is. Het dorp is in stervorm aangelegd rondom aan aardige brink, waaraan een Openbare Leeszaal en een verenigingsgebouw verrezen, met daar tussenin een schilderachtig complex woningen voor ouden van dagen. Het dorp maakt een vriendelijke indruk, met de vele voortuintjes met bloemen. Dat niet alle systemen de tand des tijds konden weerstaan is in deze tijd gebleken. Tal van woningen moesten worden gerenoveerd. De woningbouwvereniging "Eigen Haard" maakte in 1970 een plan (dat bijna geheel is uitgevoerd) voor de verbetering van een complex van 522 woningen. Hoewel de kwaliteit van de woningen nog behoorlijk was, schoten ze op een aantal punten te kort. De keukens, het sanitair (douches), de elektrische installaties en de gas- en waterleidingen waren aan een opknapbeurt toe. De totale kosten bedroegen ongeveer tien miljoen gulden, waarvan het ministerie van volkshuisvesting bijna de helft voor zijn rekening nam.
Men leeft in het Tuindorp Watergraafsmeer vrij en rustig. Er zijn geen schuttingen, die de achtererven begrenzen. Gescheiden door lage ligusterhagen vormen ze als het ware een grote, goed onderhouden tuin, waarboven de soms mosgroene, verweerde roodafhangende pannendaken uit de oude popels zich verheffen als reuzenfakkels.
De namen der straten suggereren het landelijke karakter van dit Tuindorp. Men vindt er de Zaaiersweg, Graan-, Oogst-, Veeteelt-, Landbouw-, Eg-, Ploeg- en Harkstraat, Zuivelplein en verborgen hoekjes als de Huismanshof.
In het Tuindorp Watergraafsmeer is nog maar één Lagere School over (de Watergraafsmeerschool, Huismanshof). De vroegere schoolnamen herinnerden aan oude buitenplaatsen en historische personen. We denken hierbij aan de Rozenburgschool en de Swedenrijkschool, die eens op het Zuivelplein de jeugdige "betondorpers" binnen hun muren zagen. De Pieter Nieuwlandschool was een herinnering aan "het wonder van de Meer", Pieter Nieuwland (1764-1794), die in de Schagerlaan werd geboren. De Daniel Stoopendaalschool hield de herinnering levend aan de graveur van de prachtige kopergravures in het boek van H. Brouërius van Niedek "Het verheerlykt Watergraafs- of Diemermeer", 1725.
Een merkwaardigheid van dit Tuindorp is de bepaling dat er geen cafe's mogen zijn. Een snackbar aan de Middenweg valt hier niet onder.
Gepost door Rinus H 0 reacties
Labels: Geschiedenis
