Citaat van de dag

"Mensen die in het leven omhoog willen klimmen, moeten vooral goed kunnen kruipen."

- Cees Buddingh Nederlands letterkundige 1918-1985

zondag 7 oktober 2007

AJAX 1940-1945 (Deel VI) : De oorlogsjaren

Het vijfde decennium van Ajax begon met een zeer trieste periode. Honger en onderdrukking domineerden het leven in bezet Europa. Er werd wel doorgevoetbald, maar sport was volkomen bijzaak. Het bezoeken van voetbalwedstrijden werd in de oorlogsjaren vooral ervaren als afleiding.

Ten gevolge van de mobilisatie, het onderduiken en de tewerkstelling van mannen in Duitsland kwam het regelmatig voor dat het elftal werd opgevuld met passanten.

Middenvelders Jaap Hordijk en Ger Stroker werd in 1942 tewerkgesteld in Duitsland. Dit overkwam ook trainer Jack Reynolds. Als staatsburger van een vijandelijk land, werd Reynolds op 24 juni 1940 geïnterneerd in een krijgsgevangenkamp in Schoorl en later overgebracht naar een werkkamp in Gleiwitz, Duitsland, het tegenwoordige Gliwice in Polen. Tijdens zijn gevangenschap organiseerde hij "interlands" tussen Ierse, Schotse, Belgische en Franse gevangenen.

In 1941 verboden de Duitsers Joden om lid te zijn van een gemengde sportvereniging. Dit goldt ook voor Ajax. Alhoewel de club al voor de oorlog de naam van een Joodse club had, sloeg deze betiteling vooral op de bezoekers, die veelal afkomstig waren uit de (niet zelden Joodse) middenstand in Amsterdam.

Het aantal Joodse spelers was in werkelijkheid nooit veel groter dan bij andere Amsterdamse clubs. In vergelijking met de desastreuze uitwerkingen van de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter in ons land is de schade voor de club relatief beperkt gebleven: er waren onder Ajax-leden geen doden te betreuren.

Op een gegeven moment was het niet meer verantwoord door te spelen. In de hongerwinter van 1944 kwamen duizenden mensen om en werd het voetbal gestaakt.

Geen opmerkingen: